Detmar Dieleman heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van Delta21 op de lokale morfologie langs de kust en op het kustonderhoud, in het bijzonder op het sedimenttransport en de resulterende aanzandings- en erosievolumes langs het Energieopslagmeer. De details zijn te vinden in zijn afstudeerwerk.

In 2020 onderzocht Jelmer IJntema reeds de effecten van Delta21 op de Voordelta direct aansluitend aan de Zuidzijde van Delta21. Deze bleken minimaal te zijn. Mayra Zaldivar Piña deed onderzoek naar de sedimentontwikkeling binnen het Getijmeer, als gevolg van geheel open Haringvlietsluizen.

Met behulp van een sedimenttransport-proxy heeft Detmar het golfklimaat op zee bij Maasvlakte 2 teruggebracht tot 100 representatieve golfcondities. Dit gereduceerde golfklimaat heeft hij vervolgens getransformeerd naar het “nearshore” gebied met het golfmodel SWAN. Daarna is de kustlijnmodelleringssoftware UNIBEST-CL+ gebruikt om de sedimenttransporten en erosie langs de kust voor het kustprofiel boven NAP  – 8 m te bepalen.

Eerst echter is zijn model gevalideerd aan de hand van de morfologische situatie in het gebied van Maasvlakte 2 (model 0). Daarvoor zijn de gemeten erosie en uitgevoerde kustsuppleties voor Maasvlakte 2 vergeleken met de uitkomsten van de gemodelleerde erosie. Met deze exercitie bevestigt hij de validiteit en toepasbaarheid van zijn model voor het voorspellen van het effect van het Delta21-project (model 1) op de morfologie.

Daarna modelleerde hij de lay-out van Delta21 en berekende de transporten langs het Energieopslagmeer. Tevens heeft hij de de getijgegevens uit een extern Delft3D-model gemodelleerd. Daaruit kon hij echter geen sluitende conclusies aan verbinden, omdat UNIBEST daarvoor te onnauwkeurig bleek.

Zoals ook op de Maasvlakte 2 is geconstateerd, is als gevolg van de temporele en ruimtelijke onzekerheden in golfenergie, de variatie van het sedimenttransport langs het strand hoog. Voor het huidige ontwerp van de Delta21 kustlijn varieert die tussen 0,4 en 1,2 miljoen m3 /jaar bij een korrelgrootte van 370 µm. Deze studie laat dus zien dat de huidige lay-out voor het Delta21-project zich zal ongeveer identiek zal gedragen als Maasvlakte 2 met betrekking tot sedimenttransport langs de kust en erosie boven NAP – 8 m.

Vervolgonderzoek is nodig om ook beter te kunnen voorspellen wat de impact van Delta21 is op de Maasgeul. Daarvoor vormt het onderzoek van Detmar een goede basis. Eerdere onderzoeken toonden al een nauwelijks meetbare invloed aan op de Maasgeul en de Eurogeul aan, maar de betrouwbaarheid van die modellen bleek toen nog te laag.

Een TUDelft student begint binnenkort met zijn onderzoek naar de morfologische ontwikkelingen in het Getijmeer. Hij gaat daarbij uit van de huidige functie van de Haringvlietsluizen en handhaving van het “kierbesluit”. Hij zal voor zijn onderzoek uitgaan van de lay-out voor Delta21 volgens het ontwerp van Esmée van Eeden.

Lees het onderzoek
Presentatie Groen-Licht Meeting 6-7-2021