De totale kosten voor de aanleg van DELTA21 bedragen ca. € 3,7 mrd. Zonder Energieopslagmeer zouden de kosten € 3 mrd. bedragen.

Hoogwaterveiligheid

Met de combinatie van een groot gemaal en een nieuwe kering in de monding van het Haringvliet wordt er, tot tenminste de volgende eeuw, een perfecte beveiliging gerealiseerd tegen hoge zeewaterstanden en/of hoge rivierwaterafvoeren van Rijn en Maas.

De toevoeging van een opslagmeer van ruim 20 km2 met een inhoud van 430 mln m3 water draagt daar mede aan bij. Hierdoor wordt er een extra bekken voor overvloedig rivierwater toegevoegd. Door dit bekken kan maximaal 12 uur lang 20.000 m3/sec water worden verwerkt, daarna, gelijk aan de capaciteit van het gemaal, tot 10.000 m3/sec, zolang het nodig is.

Voor de dijkverhogingen van de Deltacommissaris wordt er met een maximale dag afvoer van de Rijn bij Lobith van 18.000 m3/sec gerekend. DELTA21 verhoogt geen dijken, maar verlaagd het rivierwaterniveau in het meest kwetsbare gebied van Nederland. Hierdoor kan er van meet af aan al op de kosten van dijkverhogingen worden bespaard; ca. € 5 mrd. tot het einde van deze eeuw. Wordt er rekening gehouden met de meest waarschijnlijke gevolgen van de klimaatverandering dan wordt die besparing al in 2050 bereikt.

Energie

Als er geen hoogwaterdreiging is worden de pompen van DELTA21, bij een lage elektriciteitsvraag, aangezet om het meer leeg te pompen. Bij een hoge elektriciteitsvraag werken de pompen als turbines die energie op kunnen wekken. Door het meer weer met zeewater vol te laten lopen wordt de energie die gebruikt is om het meer leeg te pompen voor ruim 72% weer teruggewonnen.

Het energieopslagmeer is daarom te vergelijken met een batterij, die 72% van de energie die nodig is om hem op te laden vasthoudt en weer af kan geven. Het meer heeft een capaciteit van 1,8 GW = 1.800 MW

  1. Het netwerkbedrijf TenneT is mede eigenaar van de NorNed-kabel. een door de zee getrokken hoogspanningsverbinding tussen Nederland en Noorwegen met een lengte van 580 km en een capaciteit van 700 MW. De aanleg is in 2008 gerealiseerd en heeft ruim € 600 mln. gekost

Met de kabel wordt dagelijks ’s nachts elektriciteit naar Noorwegen gestuurd dat daar voor het overgrote deel wordt aangewend om water omhoog te pompen, naar hoog gelegen opslagmeren. Overdag laat men het water dan weer naar beneden lopen en wordt de daardoor opgewekte elektriciteit teruggestuurd naar Nederland; een min of meer vergelijkbaar proces als met het DELTA21 Energieopslagmeer dus.

Naar verluidt heeft Tennet de investering in de kabel in 6-7 jaar terugverdiend; ca. € 100 mln. p/jr. aan inkomsten dus.

Met het Energieopslagmeer van DELTA21 kan voor ongeveer hetzelfde bedrag ruim het dubbele worden bereikt. Ook hebben we dan niet te maken met 5% aan energieverlies enkele reis die optreedt over de afstand naar Noorwegen; het Energieopslagmeer ligt tegen de Maasvlakte 2 aan.

Uitgaande van de inkomsten van TenneT kunnen de inkomsten van de DELTA21 batterij op ca. € 280 mln. p/jr. worden geraamd en zijn de investeringskosten in minder dan 3 jaar terugverdiend. De levensduur van het meer is meer dan 100 jaar. Voor de kabel wordt met 40 jaar gerekend.

  1. Indien de productie van elektrische energie afhankelijk is van weersomstandigheden kan het niet anders zijn dan dat er op bepaalde tijden energie wordt geproduceerd terwijl er onvoldoende vraag naar is, maar ook dat de productie onvoldoende is om in de (piek)vraag naar elektriciteit te voorzien. Met name het laatste mag niet gebeuren. De levering van elektriciteit moet te allen tijde gegarandeerd zijn.

Om in die garantie te kunnen voorzien wordt er meer productiecapaciteit opgesteld dan nodig is bij de piekvraag. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met uitval en onderhoud. Bij de conventionele energie opwekking ligt dat productieniveau op ca. 2-3 maal de piekvraag; bij de hernieuwbare energieopwekking lopen de verwachtingen naar het dubbele, 4-6 maal de piekvraag.

Die verdubbeling kan deels worden opgevangen als de capaciteit die niet wordt benut vanwege een (te) lage energievraag wordt aangewend om energie op te slaan; er hoeft dan dus minder capaciteit te worden neergezet. Het mes snijdt zelfs aan twee kanten; niet alleen een vermindering van de investeringskosten maar ook een hoger rendement van de geïnstalleerde capaciteit door een betere benutting. Verder kan met de opgeslagen energie beter worden ingespeeld op prijsfluctuaties op de energiemarkt.

Als we ons alleen beperken tot het besparen van de investeringskosten en rekenen met een investeringskosten niveau van ca. € 1.750 p/kW dan zou het Energieopslagmeer van DELTA21, met een capaciteit van 1.800 MW, voor elektriciteitsproducenten op de Noordzee een besparing in de investeringskosten van ca. € 3,2 mrd. kunnen betekenen.

Kortom: DELTA21 is beter, zekerder, en goedkoper en creëert zoveel mogelijkheden om geld te verdienen, dat de kosten van aanleg gemakkelijk meerdere malen kunnen worden terugverdiend.

Links bij het artikel