De natuur- en milieuorganisaties met wie Delta21 overleg heeft gepleegd over de (mogelijke) consequenties van Delta21 op het milieu hadden eigenlijk maar één reactie en dat was:

“Als wij ook maar overwegen om over Delta21 van gedachten te willen wisselen, dan zal eerst voldaan moeten worden aan een door ons langgekoesterde eis van een open Haringvliet en aan de eis van een voldoende gegarandeerde zoetwater voorziening in het gebied.”

Daarnaast mag het milieu er per saldo niet op achteruit gaan met Delta21; nadelige consequenties dienen tenminste te worden gecompenseerd door positieve effecten.

Eisen

Met de eerste twee eisen konden wij eigenlijk weinig anders dan ze opnemen in het programma van eisen van het project. Voor de eis van een tenminste gelijkblijvend milieu moest Deta21 te rade gaan bij kennisinstituten anders dan de natuur en milieu organisaties. Van die organisaties kan immers geen advies worden gevraagd voordat niet eerst aangetoond kan worden dat aan de eerste twee eisen is voldaan.

Eis 1: Een open Haringvliet

Omdat een open Haringvliet op geen enkele wijze de functionaliteit van het project nadelig beïnvloedt is de eis onverkort in het bestek van het project opgenomen.

2e Eis: Zoetwatervoorziening

Aan die voorziening zijn twee elementen verbonden:
1. Voldoende zoetwater aanvoer bij langdurige droogteperioden gedurende het jaar, en
2. Verzilting

In de KNMI-grafiek is te zien dat een neerslagtekort niet iets is van de laatste jaren. Het middel om in een zoetwatertekort te voorzien was en is nog steeds de Haringvlietdam dicht te zetten of te houden (Kierbesluit). Dit blijft ook met Delta21 mogelijk.

Om meer aan de eis aan de natuur en milieu organisaties te voldoen heeft Delta21 er voor gekozen het zoetwaterinnamepunt naar het oosten te verschuiven en de Haringvlietdam in rusttoestand (i.e. onder normale omstandigheden) open te houden. Hierdoor komt het getij weer terug in de Haringvliet en herstelt de brakwater biotoop zich met het bijbehorende herstel van de oorspronkelijke flora en fauna in het gebied. In de omstandigheid van uitzonderlijke droogte kan nog steeds teruggevallen worden op sluiting van de Haringvlietdam. In feite is er sprake van het volledig uitvoeren van het Kierbesluit (t/m fase 5) in plaats van het blijven steken in fase 1 van het besluit, zoals het nu het geval is.

Delta21 voelt zich gesterkt in deze benadering voor de zoetwatervoorziening door een toenemende belangstelling van waterschappen zoetwater in hun regio zo lang mogelijk in de regio te houden door het op te slaan in de periodes dat er een overschot aan neerslag is. Een goed voorbeeld hiervan is het artikel in Waterforum over het plan van dijkgraaf Pieper van het waterschap Rijn en IJssel.

Maar ook de Deltacommissaris meldt recent dergelijke initiatieven op Schouwen-Duiveland en Walcheren in het gebied van het waterschap Scheldestromen. Luister hiervoor naar de podcast aflevering 3 op de website Over Water & Klimaat, van de Deltacommissaris.

Met het vasthouden van de neerslag kan makkelijker in de zoetwaterbehoefte worden voorzien en het zoete grondwaterpeil in de delta op peil worden gehouden, Hiermee wordt ook voorkomen dat de verzilting zodanig toeslaat dat het een bedreiging vormt voor de landbouw.

Milieu

Om te kunnen beoordelen of het milieu tenminste op niveau kan worden gehouden met Delta21 is de hulp van de studenten in Wageningen (WUR) en de TU-Delft ingeroepen.
Inmiddels hebben 60 studenten van de WUR zich met korte studies met vele elementen van het plan bezig gehouden, In het algemeen is hieruit het beeld ontstaan dat terugkeer van het getij in het Haringvliet zeker een stimulans gaat geven aan sterk verbeterde milieu omstandigheden. Hierbij moet gedacht worden aan een betere waterkwaliteit waardoor de biodiversiteit en bio-capaciteit aanzienlijk kunnen worden versterkt. Die studies zijn nog niet voldoende voor sluitende conclusies, maar kunnen gezien worden als aanzet voor verschillende afstudeerprojecten.

Behalve naar het Haringvliet is ook gekeken naar de Voordelta, en met name het gebied waar het energieopslagmeer is gesitueerd. Hiervan werd aangegeven dat het dagelijks verversen van het water in het meer ook betekent dat er dagelijks een verversing van de nutriënten plaatsvindt. Hierdoor zou het meer een uitstekende productie locatie worden voor aquacultuur, voornamelijk oesters en mosselen maar mogelijk ook voor zeewier.

Een studie bevatte echter de waarschuwing dat de terugkeer was het getij in het Haringvliet ertoe kan leiden dat een voor de natuur belangrijke zandplaat, de Hinderplaat, mogelijk zou verdwijnen. Met het verdwijnen van de zandplaat verdwijnt dan ook de zeehonden kolonie die zich op de plaat heeft gevestigd.
Ondertussen hebben drie TU-Delft studenten een morfologie afstudeer studie opgestart. Een van de studies wordt deze maand afgerond. Een belangrijke conclusie in die studie is dat de Hinderplaat niet zal verdwijnen, maar dat mogelijk, mede door de laatste update van het ontwerp van het meer, er mogelijk, buitengaats, zelfs zandplaten bijkomen.